Lexicon van de brusselse edelsmeden uit de 17de eeuw
  (Agrandir)  
ISBN: 978-2-87457-109-1 | EAN: 9782874571091
par Edmond Roobaert

Coll. Témoins d'Histoire, 6
380 p. (21 x 29,7 cm)
En préparation / In bereiding
115,00 €

Lexicon van de brusselse edelsmeden uit de 17de eeuw

Samenvatting | Extract | De auteur | Inhoud | Bekijk enkele pagina's in PDF

Het niet zo talrijk bewaard gebleven, Brussels edelsmeedwerk uit de XVIIde eeuw is voldoende bekend en beschreven. Daarentegen is nog geen omvattend onderzoek gepubliceerd over de producenten van die kunstvoorwerpen. Hier wordt het resultaat van een jarenlang en systematisch archiefonderzoek te kennen gegeven naar het leven en het werk van 452 edelsmeden die in de loop van die eeuw als goud-of zilversmid werkzaam zijn geweest in de Brabantse hoofdstad.

Het eigen archief van het goudsmedenambacht is slechts gedeeltelijk en goed gehavend bewaard gebleven. Andere archiefondsen laten toe toch een benaderend beeld op te hangen van de activiteiten van de Brusselse ateliers. De voornaamste bron van inkomsten waren voor al de beoefenaars van de edelmeedkunst uiteraard de bestellingen die ze van verschillende zijden mochten uitvoeren .In eerste instantie waren er de aankopen van kerkelijk en burgerlijk zilverwerk door de openbare besturen, van het Hof, de hofhouding en de rekenkundige diensten van het centraal bestuur. Meerdere gouverneurs- generaal hadden hun eigen hofgoudsmid of schonken, bij Brusselse goudsmeden gekocht, kerkelijk zilver aan de plaatselijke kloosters en kerken. De regionale instellingen, zoals de Raad van Brabant, bestelde zegels en stempels bij Brusselse goudsmeden. De Brusselse magistraat had een eigen stadsschilder maar geen geatitreerde edelsmid. Voor het onderhoud en de herstellingen van het eigen stadszilver, de bestelling van zilveren bekers voor verdienstelijke stadsambtenaren en voor leden van het stadsbestuur die het peterschap hadden aanvaard over een zevende zoon van een Brussels burger, werd eveneens een beroep gedaan op gekende en plaatselijke edelsmeden. Dank zij de bewaard gebleven minuten van Brusselse notarissen leren wij ook de contracten kennen waarbij burgers allerlei edelsmeedwerk bestellen bij goudsmeden in de stad.

De kunst van het edelsmeedwerk werd in die tijd nog volledig uitgeoefend in het strikte kader van het goud-en edelsmedenambacht. De bestuursleden van dit ambacht maakten met de dekens van het schilders- en smedenambacht, deel uit van het caritatieve broederschap van Sint Elooi. Een schilder en een goudsmid zetelden om de beurt in het bestuur van de broederschap, dat onder de voogdij stond van de stadsmagistraat. Beroepshalve waren de Brusselse edelsmeden aangesloten bij de beroepsnatie van Onze-Lieve-Vrouw, die zoals de andere beroepsnaties, betrokken was bij het algemeen bestuur van de stad. Het is dus niet zo zeldzaam dat een Brusselse edelsmid vermeld werd als raadslid. Hij kon het stadsbestuur vertegenwoordigen in het beheer van een van de vele gast- en godshuizen in de stad. Ook nog op andere wijzen kon een Brusselse edelsmid getuigenis afleggen van zijn betrokkenheid bij het sociaal en religieuze leven in de stad. Enkele en niet onbelangrijke edelsmeden staan bekend als (onder) kerkmeester die op zon- en feestdagen met de schaal rondgingen in een van de Brusselse kerken. Tenslotte namen enkele edelsmeden ook actief deel aan de activiteiten van een van de drie Brusselse rederijkerskamers.

Het ambacht van goudsmid werd bovendien dikwijls bedreven in een beperkt familiaal kader, in die zin dat het van vader op ‘(schoon)zoon, of op een nader familielid werd overgedragen. De statuten van het ambacht voorzagen trouwens allerlei voorrechten voor een meesterzoon, de zoon van een vrijmeester, wat bij voorbeeld de toegang tot het ambacht betreft. Een weduwe van een edelsmid zette de zaak verder, alleen, als volwaardig lid van het ambacht, of in samenwerking met (of na haar huwelijk met) een vroegere meesterknecht van haar man.

Uiteindelijk zijn er nog enkele bijkomstige gegevens te vermelden, zoals de woon- en werkplaats van de Brusselse edelsmeden. Toeval of niet, meerdere beoefenaars van dit kunstambacht woonden op de Grasmarkt. Eigenaardig genoeg wordt er geen enkel zilversmid vermeld die zijn woning had op het Zilversmidstraatje. Anderen waren eigenaars van hun huis, of verhuurden huizen in hun bezit. Betrekkelijk veel edelsmeden waren huurders en betaalden een uiteenlopende, waarschijnlijk met  de aard van de buurt samenhangende huur.

De uithangborden van hun huizen houden niet altijd een onmiddelllijk verband  met de aard van hun beroep. Het Gulden Slot, de Gulden Fontein, de Diamant zijn van die aard. Toepasselijker was uiteraard  de drie Coppen (drie  Bekers, trouwens een element van het wapenschild van het ambacht) op de Grasmarkt, de Peerlen Krans (Parelenkrans), het Juweel, de Gulden Wereld op het Kantersteen, en uiteraard het eigen ambachtshuis huis de Spiegel, bij het bombardement van de stad in 1695 grotendeels vernield en met zware leningen opgenomen door het ambacht, weder opgebouwd.

Extracten / Extraits

BERNARD, Frans Guilliame

1694, 20  augustus: Guillelmus Bernard belist dat zijn zoon Franciscus Guillelmus het ambacht van goudsmid gedurende 4 jaar zal leren bij Tobias Tserstevens. De leerling zal ‘deughdelyck ende behoorlyck geleert ende onderwesen worden in het goutsmits ende silversmitsambacht’. De vader zal instaan voor de inwoon en het levensonderhoud van zijn zoon in het huis van Tserstevens en 65 gulden per jaar betalen aan de meester, voor zover de leerling niet de minste wil vertoont om zijn meester te verlaten (RAn, NGB 2414 (1), op datum).

1709, 15 november: de zilversmid Frans Guilliame Bernard en Barbara Anssens sluiten hun huwelijkskontrakt voor een Brussels notaris. De bruidegom zal in het huwelijk al zijn bezittingen inbrengen zoals het huis ‘de drie Coppen’, waarin hij woont en dat gelegen is op de Grasmarkt en dat hij als derde prijs in de loterij, georganiseerd door het Brussels goudsmedenambacht, gewonnen had in oktober 1707 (RAn, NGB 1159 (2), op datum).


MARQUAERT, Guilliam

1694-1695: Guilliam Marquaert, geboren te Brussel, wordt aangemeld als leerjongen van Engelbert vander Borcht (RAn, AG 787, f° 3 v°).

1696, 9  september: Anna Marquart, begijntje in het groot Begijnhof, laat aan de kinderen van Guilliam Marquaert, leerling goudsmid, een zilveren vork als nagedachtenis (RAn, NGB 14, op datum).

1700, 5  februari: Guilliam Marquaert, meester horlogiemaker (sic) en zijn echtgenote Martina Couteau betalen 650  gulden voor een jaarlijkse rente die hun zal betaald worden door Johanna Catherina Waterloos, dochter van Adriaan en van Cornelia Warries (RAn, NGB 20391, op datum).

1710, 26  september: de edelsmeden Engelbert vander Borcht en Guilliam Marquaert werden verzocht een verzegelde doos te openen die in waarborg werd gegeven voor de betaling van 750  gulden. In de doos bevonden zich vooral kostbare juwelen, ringen en diamanten voor een geschatte waarde van 696  gulden (RAn, NGB 17331, op datum. Guilliam Marquaert wordt vermeld als getuige in een notarisakte opgemaakt op 1  december 1710: Ibidem, op datum).

De auteur / L'auteur

Emond Roobaert (° 1931) studeerde kunstgeschiedenis aan het Hoger Instiutuut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde (Rijksuni-versiteit Gent ) en promoveerde er (2008) tot doctor in de Kunstwetenschappen. Hij is werkzaam geweest als assistent (Seminarie voor Encyclopedie en Methodiek  van de Kunstgeschiedenis, U-Gent), en werd later benoemd tot Inspecteur van het Cultureel Patrimonium. In 1967 trad hij in diplomatieke dienst  en werd in 1995 gepensioneerd. Zijn  publicaties betreffen de letteren  (rederijkers, drukkers en boekhandelaars), de kunst en de kunstambachten te Brussel in de 16de en 17de eeuw. Meer recent zijn de op omvangrijk archiefonderzoek gebaseerde studies over de Brusselse goud- en zilversmeden uit die eeuwen, zoals  Meester Jan vande Perre († 1559, goudsmid van de keizer en meester-generaal van de Keizerlijke Munt in de Nederlanden (2005) en  Goud- en zilversmeden te Brussel in de 16de eeuw, 2 delen, Brussel,  2015  (beiden extra nummers van Archief- en Bibliotheekwezen in België, Brussel, n° 77 en 101). Het Lexicon van de Brusselse edelsmeden uit de 17de eeuw is een verder resulaat van die opzoekingen.

Inhoud / Table des matières

Woord vooraf
Lijst van de gebruikte afkortingen
Lexikon
Selectieve bibliografie
Index

Bekijk enkele pagina's in PDF / Visualiser quelques pages en PDF

Trefwoorden / Mots-clés : Brussel | Genealogie | Toponymie


Zie look / À voir aussi